Home

Welkom op ellinbooks!

Over Ellen Gielkens

Ellen Gielkens (1983) studeerde neuropsychologie aan de Universiteit Maastricht. Ze is werkzaam als GZ-psycholoog waar ze inspiratie opdoet voor het schrijven. Ze schrijft sinds enkele jaren korte verhalen, gedichten en in november 2020 is haar debuut roman ‘Levenspijn’ verschenen.

foto Saskia Ritzen (https://saskiaritzen.com/)

Boeken

“De werkelijkheid is niet zoals de verhalen in boeken.” Hector Malot

Over Levenspijn

De levens van Adrie en Anna kruisen elkaar in dit verhaal. Anna die in een psychiatrische instelling altijd met grote motivatie en inzet gewerkt heeft en zich gelukkig gevoeld heeft met dit werk, haar man Rutger en haar dochter Pia. Adrie die altijd tegen de demonen uit zijn verleden heeft moeten vechten en nu geconfronteerd wordt met een dramatische gebeurtenis Beiden lijken in dit verhaal op een erg cruciaal moment in hun leven gekomen. Maar op welke wijze beïnvloeden zij elkaar, met hun zo verschillend lijkende achtergrond.

Boek cover Lief klein wondertje

Lief klein wondertje

Aan de hand van gedichten en twee korte verhalen een beschrijving van een stille geboorte, van binnenuit beleefd. De verschillende gevoelens zijn opgezocht en komen aan de orde in de betekenissen van klanken van woorden. Geloof raakt verloren, wordt ter discussie gesteld en zal weer gevonden worden. Het boekje biedt houvast en troost en zal je niet helemaal met lege handen laten.

Korte verhalen

Afscheid

“Waar is die bejaarde man nu heen?

“Annemarie, rustig hij komt vast terug”

“Jij met je rustig, hij is al tien minuten weg. Waar is hij dan… Nou?” Ze houdt het roestige rode rijwiel met weerzin vast. De handvaten zijnplakkerig, het zadel heeft een scheur waar ze behoedzaam haar hand naast legt.

“Tja…” Harold kijkt schuchter naar de oude wielerfiets, telt de spaken in zichzelf. “We kunnen er een fietsvakantie van maken?” Met een afgemeten glimlach probeert hij oogcontact te krijgen.

Zijn blik kaatst terug op gespannen schouders die pinnig uitsteken. Annemarie scant elke richting behalve de route naar zijn grote blauwe ogen.

“Ik zit wel op het zadel,” bitst ze verder.

“Er is niet echt plek voor mij, geloof ik,” naar het kale achterwiel kijkend, laat hij zijn hoofd weer zakken.

“Als je nu eens zou helpen zoeken in plaats van zielig doen.”

“Misschien is het maar goed ook, ieder zijn eigen weg, deze trip is te laat voor ons, ik ga wel te voet.”

De wind houdt onverwijld haar adem in. De roze bloesem hangt flets aan de boomtakken, van de robuuste bomen. De laan bomen lijkt samen te komen bij Harold en Annemarie, aangelegd voor deze gelegenheid, daar in de voorzichtige voorjaarszon, als stille toeschouwers toornen ze boven twee zwijgende mensen en een fiets uit. Op het moment als Harold wegloopt gaat het waaien. De takken zwaaien hem uit. Annemaries haren die onder haar muts uitkomen wuiven mee. Ze merkt niet hoe wit haar vingertoppen van haar rechterhand zijn waarmee ze het zadel vastheeft, de scheur bedekkend, stuurs turend, de kant van de laan in waar de eigenaar van de fiets is verdwenen. Een traan in haar ooghoek blijft zich eigenwijs verstoppen. Ze houdt haar ogen samengeknepen tegen de wind die feller wordt. Haar kaken op elkaar geklemd, alsof iemand haar nog kan horen, “die man is het schuld, oude vieze vuile afgeleefde seniele schlemiel!”

Ze stept een paar meter en zwiept haar andere been over het zadel van de herenfiets. Een zwaar motorgeluid vult de lucht met diepe trillingen. Achter de boom dendert een grote zware vrachtauto. Ze probeert te remmen maar daar waar op haar eigen fiets remmen zitten, ontbreken ze hier. Ze trapt wild naar achteren. Paniek in haar ogen. Het motorgeluid wordt overstemd door een eentonige luide claxon die smoort in een klap. Het is donker. De wind is gaan liggen.

Gedichten

“All our words are but crumbs that fall down from the feast of the mind.”

Kahlil Gibran

Ellen Gielkens

Een kleine greep

Zogenaamd kleurrijk

Om te vliegen zo vrij

Plakken pootjes in de klei

Teruggefloten

Roeptoeteren wij

Op vreemde vogels

Pikken onbegrensd

Alsof het een show is

Kijken met telelens

Pikken en vliegen tegelijk

Is slechts fladderen

Daar waar anderen

Balanceren met een ei

Ligt een erbij

Als een dood vogeltje

Grijs en kaalgeplukt

Divers pluimage dieper in de klei

Zweeft een veertje voorbij

Tint vluchtig de lucht

Om te vliegen zo vrij

Daar in groenblauwe wateren

Heerst gewichtloosheid

Of worden ook ginds je kleuren geijkt?

In UitZicht

Ons zicht is

Vaag en onklaar

Lijnen maken onderscheid

Daar waar orde ontstaat

Door de aangebrachte hokjes

Fingeren en fabuleren we verder

Op de ongeschreven regels

Man, vrouw, trans, of zonder gender

Er moet voor ieder een plek zijn

Wit, of blank, zwart of bruin

Tot we rood zien

Verschillend uitzicht is uniek

Oud en jong, of kind

Gekleurd door het glas

Van de bril die je op hebt

Bakker, timmerlui of zakenman

Ziek, werkeloos of met pensioen

Een met doorkijk, de ander ziet niets

Van veel naar weinig temperament

Niks mag over de grens

Hoe zijn we dan allemaal verbonden?

Laten we stoppen met ogen te rollen

Maar daarvan in de plaats ze te benutten

Voeling krijgen met de lijn

Die verenigt in plaats van scheidt

Die als compromis steviger kan zijn 

En de hokjes pas echt zal vullen 

Met begrip en hulp

Er ontstaat zicht

Helder, scherp

Niet meer zo sterk gekleurd

2020

Niet te dichtbij

Zegt hij

Leider van ons land

Het doet stof opwaaien

Stof

Zetten

We op

Ook je neus bedekken!

Dwarrelend en draaiend

Laait het neer

De aslaag

Groeit

Verlamt

Zweert zwevend voort

We moeten op alles letten

Ben alert!

Baan een weg door het gruis

Nee liever niet!

Blijf thuis

Afbouwen en opschalen

Deze ziekte en economie

Verder kiezen is onoverzien

Hakketakken we door

Op alles dat afwijkt

Of anders is dan gewoon

Welkom in het leven

En pak de stofzuiger erbij

Of een natte doek

En begin bij je eigen boet

Lieve jij

Lieve jij, ja jij,
Boent schoon
Onderwijst
Bakt door
Geeft zorg
Schrijft feit
Levert vol
Maakt gezond
Baart op
Oogst land
Houdt veilig
Blust brand
Bid heilig
Verwerkt vuil
Onderzoekt
Houdt schuil
En beproeft

Lieve jij, ja jij
Houd moet
Op je schouders
Rust
De maatschappij
Geen opsmuk
Onze bouwer
Gaat niet stuk
Is een sjouwer
Cement van ons geluk

Lieve jij, ja jij
Gaat niet zonder
Dag in en uit
Voedt monden
Kleine buit
Buigen we diep
Danken we groots
Kijken en zien
Hoe ongehoord
Knap en rijk
We zijn
Met eenieder aan boord

Lieve jij, ja jij

Wij