Gedichten

“All our words are but crumbs that fall down from the feast of the mind.”

Kahlil Gibran

Ellen Gielkens

Water

Swingen over de kades

Alsof het een grote parade is

Dansend op het zomerbal

Van Maas tot Roer

Geleenbeek, Gulp of Geul

De golven zwieren overal aan wal

Gutsend tegen de dijken

Om erdoor, ertussen, erover

Het landschap te verleiden

Zich te laten opnemen 

En dorpen te laten zakken

 In een bed van slib en nat

Over drempels van huizen gelift

Foto’s, meubels, al aan persoonlijk bezit

Dat door vuil vocht nietig

Door het lot gezien is

Troost zit in diezelfde dans

Maar nu gespiegeld, weg van het land

Waar mensenhanden

Helpen om water te laten zakken

Over drempels van huizen gelift

Foto’s, meubels al aan persoonlijk bezit

Geschoond door tranen

Getroost door warme armen

Van buur en landgenoot

Zo weer in de pas te raken

Op het ritme van rustig kabbelend water

Een kleine greep

Zogenaamd kleurrijk

Om te vliegen zo vrij

Plakken pootjes in de klei

Teruggefloten

Roeptoeteren wij

Op vreemde vogels

Pikken onbegrensd

Alsof het een show is

Kijken met telelens

Pikken en vliegen tegelijk

Is slechts fladderen

Daar waar anderen

Balanceren met een ei

Ligt een erbij

Als een dood vogeltje

Grijs en kaalgeplukt

Divers pluimage dieper in de klei

Zweeft een veertje voorbij

Tint vluchtig de lucht

Om te vliegen zo vrij

Daar in groenblauwe wateren

Heerst gewichtloosheid

Of worden ook ginds je kleuren geijkt?

In UitZicht

Ons zicht is

Vaag en onklaar

Lijnen maken onderscheid

Daar waar orde ontstaat

Door de aangebrachte hokjes

Fingeren en fabuleren we verder

Op de ongeschreven regels

Man, vrouw, trans, of zonder gender

Er moet voor ieder een plek zijn

Wit, of blank, zwart of bruin

Tot we rood zien

Verschillend uitzicht is uniek

Oud en jong, of kind

Gekleurd door het glas

Van de bril die je op hebt

Bakker, timmerlui of zakenman

Ziek, werkeloos of met pensioen

Een met doorkijk, de ander ziet niets

Van veel naar weinig temperament

Niks mag over de grens

Hoe zijn we dan allemaal verbonden?

Laten we stoppen met ogen te rollen

Maar daarvan in de plaats ze te benutten

Voeling krijgen met de lijn

Die verenigt in plaats van scheidt

Die als compromis steviger kan zijn 

En de hokjes pas echt zal vullen 

Met begrip en hulp

Er ontstaat zicht

Helder, scherp

Niet meer zo sterk gekleurd

2020

Niet te dichtbij

Zegt hij

Leider van ons land

Het doet stof opwaaien

Stof

Zetten

We op

Ook je neus bedekken!

Dwarrelend en draaiend

Laait het neer

De aslaag

Groeit

Verlamt

Zweert zwevend voort

We moeten op alles letten

Ben alert!

Baan een weg door het gruis

Nee liever niet!

Blijf thuis

Afbouwen en opschalen

Deze ziekte en economie

Verder kiezen is onoverzien

Hakketakken we door

Op alles dat afwijkt

Of anders is dan gewoon

Welkom in het leven

En pak de stofzuiger erbij

Of een natte doek

En begin bij je eigen boet

Lieve jij

Lieve jij, ja jij,
Boent schoon
Onderwijst
Bakt door
Geeft zorg
Schrijft feit
Levert vol
Maakt gezond
Baart op
Oogst land
Houdt veilig
Blust brand
Bidt heilig
Verwerkt vuil
Onderzoekt
Houdt schuil
En beproeft

Lieve jij, ja jij
Houd moet
Op je schouders
Rust
De maatschappij
Geen opsmuk
Onze bouwer
Gaat niet stuk
Is een sjouwer
Cement van ons geluk

Lieve jij, ja jij
Gaat niet zonder
Dag in en uit
Voedt monden
Kleine buit
Buigen we diep
Danken we groots
Kijken en zien
Hoe ongehoord
Knap en rijk
We zijn
Met eenieder aan boord

Lieve jij, ja jij

Wij