Gedichten

“All our words are but crumbs that fall down from the feast of the mind.”

Kahlil Gibran

Ellen Gielkens

Zogenaamd kleurrijk

Om te vliegen zo vrij

Plakken pootjes in de klei

Teruggefloten

Roeptoeteren wij

Op vreemde vogels

Pikken onbegrensd

Alsof het een show is

Kijken met telelens

Pikken en vliegen tegelijk, is slechts Fladderen

Daar waar anderen

Balanceren met een ei

Ligt een erbij

Als een dood vogeltje

Grijs en kaalgeplukt

Divers pluimage dieper in de klei

Zweeft een veertje voorbij

Tint vluchtig de lucht

Om te vliegen zo vrij

Daar in groen blauwe wateren

Heerst gewichtloosheid

Of worden ook ginds je kleuren Geijkt?

Gaan en blijven

In de vertrekhal is de aankomst

Zojuist, nu of aanstonds?

We gaan rugwaarts vooruit

O een jakkerende band die in de rondte sluipt

Ons begin is net zo goed ons eind

Daar waar donkerte in licht verdwijnt

Of andersom kan het zijn

Een inademing die naar lucht hapt

Een uitademing die er halt houdt

Klaar om uit de aankomsthal te vertrekken

Al luchtfietsend door de ruimte te steppen

Geremd door de band die doorloopt

Lijzig in een waanzinnig tempo

Vermoeid schakelen we vitaal naar de volgende fase

Opgewekt doch met veel klagen

Als overjarige wijn zuur en excellent

Voor de kenner zogenaamd verfijnd en gepland

Zwaar op de maag streelt het droge vocht je tong

Bijtend zacht wordt het zuur zoet, een akelig genot

Vertroebelt na twee glazen je brein, of drie, of vier, of vijf…

Waar zou je zojuist, nu of aanstonds zijn?

Lieve jij

Lieve jij, ja jij,

Boent schoon

Onderwijst

Bakt door

Geeft zorg

Schrijft feit

Levert vol

Maakt gezond

Baart op

Oogst land

Houdt veilig

Blust brand

Bid heilig

Verwerkt vuil

Onderzoekt

Houdt schuil

En beproeft

Lieve jij, ja jij

Houd moet

Op je schouders

Rust

De maatschappij

Geen opsmuk

Onze bouwer

Gaat niet stuk

Is een sjouwer

Cement van ons geluk

Lieve jij, ja jij

Gaat niet zonder

Dag in en uit

Voedt monden

Kleine buit

Buigen we diep

Danken we groots

Kijken en zien

Hoe ongehoord

Knap en rijk

We zijn

Met eenieder aan boord

Lieve jij, ja jij

Wij