Korte verhalen

Afscheid

“Waar is die bejaarde man nu heen?

“Annemarie, rustig hij komt vast terug”

“Jij met je rustig, hij is al tien minuten weg. Waar is hij dan… Nou?” Ze houdt het roestige rode rijwiel met weerzin vast. De handvaten zijnplakkerig, het zadel heeft een scheur waar ze behoedzaam haar hand naast legt.

“Tja…” Harold kijkt schuchter naar de oude wielerfiets, telt de spaken in zichzelf. “We kunnen er een fietsvakantie van maken?” Met een afgemeten glimlach probeert hij oogcontact te krijgen.

Zijn blik kaatst terug op gespannen schouders die pinnig uitsteken. Annemarie scant elke richting behalve de route naar zijn grote blauwe ogen.

“Ik zit wel op het zadel,” bitst ze verder.

“Er is niet echt plek voor mij, geloof ik,” naar het kale achterwiel kijkend, laat hij zijn hoofd weer zakken.

“Als je nu eens zou helpen zoeken in plaats van zielig doen.”

“Misschien is het maar goed ook, ieder zijn eigen weg, deze trip is te laat voor ons, ik ga wel te voet.”

De wind houdt onverwijld haar adem in. De roze bloesem hangt flets aan de boomtakken, van de robuuste bomen. De laan bomen lijkt samen te komen bij Harold en Annemarie, aangelegd voor deze gelegenheid, daar in de voorzichtige voorjaarszon, als stille toeschouwers toornen ze boven twee zwijgende mensen en een fiets uit. Op het moment als Harold wegloopt gaat het waaien. De takken zwaaien hem uit. Annemaries haren die onder haar muts uitkomen wuiven mee. Ze merkt niet hoe wit haar vingertoppen van haar rechterhand zijn waarmee ze het zadel vastheeft, de scheur bedekkend, stuurs turend, de kant van de laan in waar de eigenaar van de fiets is verdwenen. Een traan in haar ooghoek blijft zich eigenwijs verstoppen. Ze houdt haar ogen samengeknepen tegen de wind die feller wordt. Haar kaken op elkaar geklemd, alsof iemand haar nog kan horen, “die man is het schuld, oude vieze vuile afgeleefde seniele schlemiel!”

Ze stept een paar meter en zwiept haar andere been over het zadel van de herenfiets. Een zwaar motorgeluid vult de lucht met diepe trillingen. Achter de boom dendert een grote zware vrachtauto. Ze probeert te remmen maar daar waar op haar eigen fiets remmen zitten, ontbreken ze hier. Ze trapt wild naar achteren. Paniek in haar ogen. Het motorgeluid wordt overstemd door een eentonige luide claxon die smoort in een klap. Het is donker. De wind is gaan liggen.